Sociale media als werkinstrument van mensenhandelaren
De manier waarop mensenhandelaren hun slachtoffers benaderen, is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Waar het contact vroeger vooral plaatsvond op schoolpleinen, bij hangplekken en in uitgaansgelegenheden, speelt de werving zich tegenwoordig in toenemende mate online af. Sociale media vormen daarbij het belangrijkste instrument.
Platforms zoals Instagram, Snapchat, TikTok en diverse chatapps bieden daders de mogelijkheid om op grote schaal en relatief anoniem contact te leggen met jongeren. Met neppe profielen, gestolen foto's en een doordachte aanpak weten zij het vertrouwen van hun doelwit te winnen. Het proces verloopt vaak geleidelijk en vertoont sterke overeenkomsten met de werkwijze van loverboys.
De coronapandemie heeft deze ontwikkeling versterkt. Door lockdowns en contactbeperkingen brachten jongeren meer tijd online door, waardoor de kans op ongewenste contacten toenam. Tegelijkertijd verminderde het toezicht van scholen en sportverenigingen, die normaal gesproken een belangrijke signaleringsfunctie vervullen.
Hoe online werving eruitziet
Een typisch wervingsproces begint met het versturen van een vriendschapsverzoek of een compliment. De dader doet zich voor als leeftijdgenoot, als iemand met vergelijkbare interesses of als een succesvol persoon die de jongere kan helpen. Het gesprek verplaatst zich al snel van het openbare platform naar een privéchat, waar minder toezicht is.
In de privéomgeving wordt de band verder opgebouwd. De dader toont oprechte interesse, biedt een luisterend oor en overlaadt de jongere met aandacht. Het kan weken tot maanden duren voordat de ware intenties duidelijk worden. Tegen die tijd is het slachtoffer vaak al emotioneel afhankelijk geworden. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut ontmoet gemiddeld een kwart van de slachtoffers de pleger online, met name via Instagram, Snapchat en datingapps.
Kwetsbare doelwitten
Mensenhandelaren zoeken gericht naar jongeren die kwetsbaar zijn. Op sociale media is het relatief eenvoudig om profielen te scannen op signalen van eenzaamheid, onzekerheid of een behoefte aan bevestiging. Posts over een moeilijke thuissituatie, een gebroken hart of een laag zelfbeeld kunnen een dader op het spoor brengen van een potentieel slachtoffer.
Jongeren die openbaar persoonlijke informatie delen, lopen een verhoogd risico. Geolocatie, de naam van hun school, foto's van hun dagelijkse omgeving: al deze gegevens kunnen door een dader worden gebruikt om het vertrouwen te winnen en de jongere te benaderen op een manier die persoonlijk en oprecht overkomt.
Wat kunnen ouders en professionals doen?
Het volledig afschermen van jongeren van sociale media is in de praktijk geen realistische optie. Wel kan het bewustzijn worden vergroot. Een open gesprek over online risico's, zonder te moraliseren, is een belangrijke eerste stap. Jongeren die weten waar zij op moeten letten en die zich vrij voelen om vreemde ervaringen te delen, zijn beter beschermd.
Voor professionals in het onderwijs en de jeugdhulpverlening geldt dat alertheid op veranderingen in het online gedrag van jongeren van belang is. Een leerling die plotseling geheimzinnig doet over een nieuw online contact, die dure cadeaus ontvangt of die opvallend veel tijd doorbrengt op bepaalde platforms, kan een signaal afgeven dat nader onderzoek verdient.
Het is daarnaast raadzaam om de privacy-instellingen van accounts samen met de jongere door te nemen. Een profiel dat op privé staat, het beperken van wie berichten kan sturen en het niet delen van persoonlijke locatiegegevens zijn concrete maatregelen die de drempel voor ongewenst contact verhogen. Lees ook het artikel Online veiligheid: tips voor ouders en opvoeders voor meer praktische handvatten.