Naar hoofdinhoud

Hoe docenten signalen van uitbuiting kunnen herkennen

Het onderwijs speelt een cruciale rol in de bescherming van minderjarigen tegen uitbuiting. Docenten, mentoren en zorgcoördinatoren zien leerlingen dagelijks en zijn daarmee in een unieke positie om veranderingen in gedrag, houding en welzijn op te merken. De Augeo Foundation biedt scholing voor professionals die hun kennis op het gebied van signalering willen vergroten.

Uitbuiting van minderjarigen is niet altijd direct herkenbaar. Slachtoffers praten zelden uit zichzelf over hun situatie, uit angst, schaamte of omdat zij de situatie niet als uitbuiting herkennen. Het is daarom van belang dat onderwijsprofessionals weten op welke signalen zij kunnen letten en welke stappen zij kunnen ondernemen bij een vermoeden.

Gedragsveranderingen als eerste signaal

Een van de meest voorkomende aanwijzingen is een plotselinge verandering in het gedrag van een leerling. Een voorheen betrokken en actief kind dat zich terugtrekt, regelmatig spijbelt, concentratieproblemen vertoont of juist agressief reageert, kan een signaal afgeven. Uiteraard kunnen dergelijke veranderingen ook andere oorzaken hebben, maar in combinatie met andere signalen verdienen zij aandacht.

Andere gedragsveranderingen die opvallen in de schoolomgeving zijn het plotseling hebben van dure spullen zonder duidelijke verklaring, het vermijden van oogcontact, angstreacties bij bepaalde onderwerpen en het weigeren om deel te nemen aan activiteiten waar eerder wel enthousiasme voor bestond.

Sociale veranderingen

Veranderingen in het sociale netwerk van een leerling kunnen eveneens een aanwijzing zijn. Een jongere die plotseling omgaat met aanzienlijk oudere personen, die bestaande vriendschappen laat vallen of die geheimzinnig doet over nieuwe contacten, verdient extra aandacht. Dit geldt ook voor vermoedens van criminele uitbuiting, waarbij jongeren worden ingezet voor strafbare activiteiten.

In het digitale domein kan het opvallen dat een leerling excessief met de telefoon bezig is, panisch reageert wanneer een bericht binnenkomt of meerdere telefoons bezit. Dit kan wijzen op contact met een dader die controle uitoefent via digitale communicatie.

Fysieke signalen

Naast gedrags- en sociale veranderingen kunnen er ook fysieke signalen zijn. Onverklaarbare verwondingen, chronische vermoeidheid, slaapgebrek en een verwaarloosde verzorging kunnen allemaal wijzen op een problematische situatie. Bij vermoedelijke seksuele uitbuiting kunnen seksueel overdreven gedrag of kennis die niet bij de leeftijd past, opvallen.

Wat kan een docent doen?

Het vermoeden van uitbuiting kan overweldigend zijn. Veel docenten vragen zich af of hun zorgen gegrond zijn en wat de juiste stap is. Het is belangrijk om te weten dat een vermoeden niet bewezen hoeft te worden. De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, die voor alle onderwijsinstellingen verplicht is, biedt een helder stappenplan.

De eerste stap is het vastleggen van de signalen. Noteer objectief wat is waargenomen, wanneer en in welke context. Bespreek de zorgen vervolgens met de intern begeleider, zorgcoördinator of het zorgteam van de school. Samen kan worden bepaald of verdere stappen nodig zijn, zoals een gesprek met de leerling, contact met de ouders of een melding bij Veilig Thuis.

Het is van groot belang dat docenten zich realiseren dat zij niet alleen staan. De school is onderdeel van een breder netwerk van hulpverlening en opsporing. Door signalen te delen en samen te werken met andere professionals, wordt de kans vergroot dat uitbuiting tijdig wordt gestopt. Jongeren zelf kunnen ook worden gewezen op de beschikbare hulpmogelijkheden.

Het Meldpunt moedigt onderwijsprofessionals aan om bij vermoedens niet af te wachten, maar actie te ondernemen. Elke melding, hoe klein ook, kan het begin zijn van hulp voor een kwetsbaar kind.

← Terug naar overzicht